Seizoenen gaat over verschillende stadia (de 4 jaargetijden) waarin de menselijke geest zich kan bevinden.

uit 1976 tot 2018 (klik op de afbeelding om het werk groter te bekijken)
stuur een bericht naar de kunstenaar

Poort naar de lente

1997

De strengen rondom mijn hoofd, maken zich zachtjes los, op een lentebries. Stroom van nieuw leven, dat ik begroet

Een ander perspectief

1990

Kleurige speelse vormen jongleren rondom de poort naar een ander perspektief

Doorkijk

1999

Opgeklaarde lucht schuift als een maan langs de donkere hemel, is als een gat in de wolkenlucht. Zware donkere wolken bleken slechts kleine schapenwolkjes.

Waterstroompje

1995

Diep weg welt een bron, zachtjes begint het te stromen.

lente

2018

Opgenomen in een orgastische overvloed, datzelfde levenselixer, graal van alle dingen.....

Poort naar zomer

1997

Zachte ronding, warm geworden, vloei ik samen met jou, leven

Waaiers

1999

Zon, zomerzon, Wind, zomerwind. Zorgeloze zomerdromen.

Vallende bladeren

1998

Vallende bladeren in het water, voegen zich bij een glinsterende zon, die langzaam dooft, op weg naar een ander seizoen.

Tegenstromen

1996

Tegenstromen vertragen het zwemmen. De dalende zon tovert duizenden kleuren. Onder de waterspiegel schemeren ronde stenen.

Dromen uit een ver verleden

1998

Dromen, uit een ver verleden, staan op het punt weg te vliegen. Zich koesterend in de laatste zonnestralen een slapende kater, uitgesponnen , in een oorverdovende stilte

Poort naar de herfst

1998

Mijn gevoel is te vluchten. Te vluchten, waarheen? Vlucht is een luchtbel en mijn hart is van steen. Dromen worden luchtbellen, waar is de poort? Een dichte deur, wachters op de drempel.

Een ander seizoen

1998

Gouden draden tussen de bladeren, gouden draden in mijn jurk, de draad van Ariadne

Poort naar de winter

1997

Herinneringen worden littekens in een fossiele wereld.  In haar hand een schelp met  verborgen verlangen. De steen is een schelp geworden ..

Rotstekeningen

1990

Beelden uit een ver verleden, maar nooit verdwenen

Loutering

1976

Rupsen hebben gaten gegraven, in de eens zo mooie bladeren. De gaten zijn doorkijkjes naar duizenden lichtjes. Er groeien spruitjes.

De Weg

2004

Langs stille paden, diepe hoogten, hoge diepten en bergen als slakkenhuizen, is ere geen weg, alleen een zijn.